Belangrijke te reinigen gebieden:
- De door een implantaat ondersteunde tand, boven en onder het tandvlees
- Tussen de aangrenzende tanden
Stap voor stap handleiding
1. Tandenborstel
Het kan nodig zijn de borstel aan te passen voor de binnenkant van de tanden en de moeilijk te bereiken gebieden. Een goed alternatief is een eenvoudig te hanteren, elektrische tandenborstel. Zorg dat u ook onder de brug poetst als u die heeft.
2. Ragers (interdentale borsteltjes)
Een zachte rager (interdentaal borsteltje) is geschikt voor de moeilijk te bereiken gebieden rond uw door een implantaat ondersteunde tand of de linguale oppervlakten (binnenkant van de tanden) en rond de implantaatpinnen aan de voorkant (buitenkant) van uw door een implantaat ondersteunde tanden.
3. Interdentaal borsteltje (interproximaal borsteltje)
Het gebruik van een interdentaal borsteltje helpt bij het reinigen van de zijkanten van de door een implantaat ondersteunde tand, kroon, abutmuntpinnen en het oppervlak onder de brug.
Gebruik de borstel met een achterwaartse en voorwaartse beweging en druk zachtjes tegen de zijkant van de tand ondersteund door een implantaat of de abutmentpinnen.
De borstel mag niet te klein zijn, want dit verkleint het reinigingseffect, maar ook niet te groot, want dat zorgt voor ongemak bij het poetsen. We raden borstelharen met een plastic laagje aan. Vraag uw tandarts of mondhygiënist voor advies over de techniek, grootte en vorm van uw interdentaal
borsteltje. OPMERKING: Gebruik nooit tandpasta samen met een interdentaal borsteltje.
4. Tandzijde
We raden flossen aan voor de gebieden die moeilijk te bereiken zijn met het interdentale borsteltje. Reinig de zijkanten van uw tand ondersteund door een implantaat en de abutmentpinnen door te flossen (dikke tandzijde), heen en weer tussen de implantaattand en de aangrenzende tanden, of door de ruimte naast de abutmentpinnen. Reinig de brug grenzend aan het tandvlees met een zijwaartse beweging.